Indian summer 3
Het ritme veranderde.
Eerst liep ik langzaam, nogal waggelend met tien knijpers aan mijn lippen naar de grote spiegel. Jij hield me vast. Ik keek. Het leek alsof er een mist voorbij trok.
Je trok me mee terug naar de kamer. Wat ik me vanaf dat moment herinner zijn flarden.
Knijpers op mijn tepels. Het ritme van je hand op mijn billen. Een dreunende kadans die dwars door me heen ging. Harder, steeds harder. En ik zonk dieper, steeds dieper.
Later, op de bank. Ik lag op mijn rug, wijdopen. Je toornde hoog boven me. Weerloos, machteloos, klein, keek ik naar je op. Je zei dingen , maar ik hoorde ze niet echt. Ik keek naar je ogen. Die spraken. Jij mocht het zeggen. Bepalen.
Je handen. Meedogenloos. Ik kronkelde. Keek niet meer. Pijn, geiligheid, genot. Wirwar van gevoelens die door elkaar heenstroomden. Kleuren, geuren. Opening van het hart. Liefdesgolven die me overspoelden. Zintuigen die op scherp stonden, op jou gericht waren.
Dan… een sprong in de tijd. Hoe laat? Hoe ik er gekomen ben…? Ik weet het niet meer.
Nacht.
Het bed, mijn boudoir, de lichtjes, het rode voile gordijn met zijn gouden borduursel. Je vingers in mijn openingen, overal. Je trok aan mijn haren, hard.
Alsof ik in een enorme wasmachine van zintuigelijk genot aan het ronddraaien was. Die me schoon maakte, zó schoon. Zuiverheid die onder alle lagen zat. The mindless lightness of being. Geen gedachten, geen maren, alleen maar zijn. Alleen maar voelen, ervaren, beleven.
Langzaam wegzakken in de roes. Samen in slaap vallen. De geur van de beginnende herfst die naar binnen stroomde en liefde, eindeloze liefde.
’s Ochtends scheen alweer de zon.
Van mij mag die indian summer héél lang duren.
